13 juni 2007

gedachte bij het aanschouwen van een windmolen, thuis

de reus die zwaaiend
met gestrekte arm
de zonnestraal in twee breekt

de reus die voor mij
molenwiekend wuift
ik als loutere passant

01 april 2007

gras

al wat ik zeg verkeerd begrepen
de bruggen achter mij verbrand
mijn woorden allemaal verdraaid

de messen achter mij geslepen
het gras groen aan de overkant
gemakshalve al weggemaaid

18 maart 2007

04 maart 2007

de maan

het scheelde maar een haar
of alles kwam in orde
het scheelde echt niet veel
of wij hadden de maan

maar het is weer eens mislukt
weer helemaal niets geworden
zoals elke keer gefaald
en iedereen pijn gedaan

25 februari 2007

drieluik

mensenogen

niet dan staal en glas
niet dan steen en beton
ik ben niets dat is
dat is dan mijn zijn

stil mensenhart
dat in mij klopt
en mensenbrein dat
dingen denkt die
nooit meer zijn

met duizend mensenogen
kijk ik enkel naar mezelf
ik kan niet naar jou komen


mensenhuid

koud van staal en ijzer
als lintworm, scheermes
door mijn bloed

versteend insect
uit kale lucht gevallen
en ijskoud stukgeslagen
als mijn eigen bittere droom
over lang vergeten vreugde

mijn fragiele mensenhuid
trek ze stuk
en kruip er onder
zelfs al past ze niet meer
draag ze maar, dat is niet erg


mensenziel

leger dan voorheen
kijk dan als je me niet gelooft
naar de splinters in mijn oog

monsters uit de diepte
mijn misvormde mensenziel
terend op mensenresten

alleen ik in mijn schemering
afgunstig en nijdig
jaloers en verbitterd

maar steenhard

op mijn plaats

24 februari 2007

ad infinitum

geef mij
de wereld

22 februari 2007

omdat ik dan van jou ben

het zijn maar woorden
als druppels
spoken zijn het

als in een bos
in de schaduw
waar wij zijn

in mijn donker
blijf ik zitten
tot ons licht

omdat ik dan van jou ben

19 februari 2007

Verfremdung.

Diese Maschine macht keine Musik,
diese Maschine hat kein Gefühl.
Diese Maschine kennt nur Fremde
Diese Maschine schaut uns an.

Ich bin ein Ander,
wir sind einander.

Wir sind die Stadt,
die Stadt ist die Maschine.

17 februari 2007

als je weent

waarom wil jij nu
gelukkig zijn
je bent veel mooier
als je weent

09 februari 2007

tweepolig

twee uiteindes aan de worm
de slang die door mijn wezen
elke dag geruisloos sluipt
het enige waar zij aan denkt
met welke kop ze bijten gaat

van het donker weer het licht in
na het licht weer eens zo donker
een slang die steeds zichzelf verorbert
een ovalen cirkel vormt als ei
waaruit ze weer geboren wordt

31 januari 2007

lente

jouw schaduw
als schittering
stralend
in mijn winter

30 januari 2007

soms

soms waren er dagen
dat wij geen mensen zagen
die dagen vielen mee

27 januari 2007

21 januari 2007

verzopen vlinder

toen een vlinder, uit mij geboren
zwart als de scheur in de maan in de lucht
de zwarte lucht van de stad in de nacht

een vlinder als olie, uit mij gelekt
gevlogen, geland, in een goot gevallen
waar hij zijn trieste regenboog onthult

toen die vlinder zich ontpopte
en zijn stem vloog in mijn hoofd
hij voedt zich nu met hoop

13 januari 2007

echt waar.

ik heb geen inspiratie meer
het vet is van mijn soep
voor elke zin terecht een sneer
gejouw en boegeroep

het rijmt nog maar da's dan ook dat
het spreekt me niet meer aan
ik zei wat ik te zeggen had
nu moest ik maar eens gaan

maar nog is er iets en dat ligt
al dagen op mijn maag
ik durf het niet zeggen in je gezicht
maar echt, ik zie je graag

ik weet dat ik je naam verzwijg
zo laf ben ik dan wel
maar als ik er ooit de moed toe krijg
beloof ik dat ik 'm je vertel

03 januari 2007

zijn

hier ben ik
ik ben eenzaam
ik ben hier niet graag
ik ben niet graag eenzaam
hier ben ik
ik ben alleen
ik ben niet graag alleen
ik alleen ben hier niet graag
ik ben hier alleen
ik ben niet graag

02 januari 2007